Thema

De dood en wederopstanding/ wedergeboorte

donderdag 28 april 2011

Woensdag 20 april: Denk denk denk....

Vandaag vond ik het moeilijk om de “geniale” ideeën van gisteren tijdens het brainstormen om te zetten naar de theatervloer. In theorie kan alles. Een brein kan zich alles voorstellen, ook dat iets lukt en hetzelfde effect in de werkelijkheid heeft of dezelfde kick achterlaat als toen je het geniale idee bedacht. Gisteravond zocht ik op You Tube naar de scene in het theater uit “Mulholland drive” van David Lynch. Dat fragment gaat over illusie en daarin meegesleept worden. Ook zocht ik naar het moment dat je als kijker doorhebt dat je in het hoofd/ de realiteit van de de hoofdpersoon zit. Ik verzande in het werk van de actrice Naomi Watts en zag een interview achter de schermen van deze film. David Lynch zorgt ervoor dat je als kijker zelf nog mag  interpreteren of zoeken naar jouw oorzaak en gevolg in het verhaal. Als je thuiskomt heb je een essentie van een gevoel meegekregen, je bent bewogen, hebt ervaren, je brein lijkt soms te ontploffen en tegelijkertijd is de film wat het is. Ze vertelde dat hij veel creëert in het hier en nu. Daarom heerst er altijd een relaxte sfeer op de set. Iedereen kent elkaar en heeft contact met elkaar, want niemand weet waar de maker, Lynch dus, je naartoe brengt. In zijn spel/ regieaanwijzingen is hij heel helder, duidelijk en beeldend.  Hij creëert meerdere realiteiten.
Mike zei vandaag dat acteren focussen is en concentratie. Ja dat is heel erg zo, maar het exact hetzelfde herhalen kan gewoon niet. De magie van vorige week was er niet. Dat was de magie van de eerste werkdag.
  
In hoeverre moet ik de spelers meenemen in mijn eigen brein, mijn eigen perspectief? Ik ben zo gaan geloven en gaan vertrouwen in wat spelers me geven nadat ik ze een opdracht heb gegeven. Dat ik daar altijd mee door kan...
In ieder geval moet ik ze net als meneer Lynch meer invulling geven. Dat is altijd mijn probleem bij personages. De handeling zegt alles. Maar moet ik die dan gaan uitschrijven zoals vroeger bij mijn eindexamenvoorstellingen? Ben ik dan nog wel aan het onderzoeken of ben ik dan een voorstelling aan het maken? Ik ga dat toch maar weer eens proberen. Toen onderzocht ik toch ook hoe je een horrorsprookje op de theatervloer kon zetten of hoe suspense in het dagelijks leven zijn intrede kon doen? Alleen ga ik nu alles bekijken vanuit perspectieven en vanuit het publiek gezien. Denk denk denk. Het maakt niet dat ik tijdens de repetitie in het nu werk en mijn intuïtie volg.

Woensdag 13 april: Ik wil een perspectief creëren vanuit een personage...

Lennart is helaas afgevallen vanwege zijn verplichtingen op het ROC, maar gelukkig is Elke erbij gekomen. Zij is de dochter van Mariëlle. Nu heb ik mijn definitieve clubje spelers. Mike en Valerie zijn tweede jaars artiesten op het ROC, Elke doet een vooropleiding voor de artiestenopleiding, Mariëlle is al 15 jaar amateurspeler en Gerard al 40 jaar.
Vandaag staat in het teken van het in bepaalde staat van zijn komen om de speelstijl te creëren die ik wil: handelingsgericht met oog voor detail, gevoelig, lief naar elkaar en open. Bovendien wil ik dat de spelers steeds zo dicht mogelijk bij de basis, de opdracht blijven. Pas dan gaan we een stapje verder.

Drie kwartier niets zien vanwege een blinddoek en allerlei opdrachten uitvoeren. Daarmee begonnen we de dag. Voor de spelers werkt het bijna meditatief om op een andere manier waar te nemen. Ze worden heel stil, gevoelig en zitten volledig in hun lichaam. Ik vroeg ze op een bepaald moment om een plek in de ruimte op te zoeken waar niemand je kon horen zien of ruiken, kortom je bent verdwenen. De stilte die er uiteindelijk ontstond was heel zacht. Ook pakte iedereen het anders aan. Gerard stond achterin in het midden van de zaal en het voelde alsof hij zweefde, vertelde hij. Valerie zat heel klein opgekruld in een hoekje op de tribune, Elke lag ver weg verstopt onder stoelen en Mike bleef een tijd lang zoeken naar een plek om uiteindelijk ergens op z'n kop in elkaar tegen de achterwand tot stilstand te komen. Daarna vroeg ik ze om elkaars handen te onderzoeken en een ultieme omhelzing te maken alleen met je handen. Een hele intieme ervaring om elkaar zo te leren kennen. Wat mij betreft passen die stilte en intimiteit bij de dood, maar ook bij schilderkunst. Een schilderij kan nog zo fel van kleur zijn en met korrelige en grove streken geschilderd, een dode kan nog zo gehavend zijn, maar er gaat een enorme stilte mee gepaard.
Deze stilte op het toneel krijgen lijkt mij machtig.

Daarna zijn we personages gaan maken aan de hand van de tekeningen van krankzinnigen van Jan van Herwijnen. Op al deze tekeningen zitten de mensen op een stoel. Hun blik en handen vallen op. Hoe toevallig!
Ook heb ik ander inspirerend werk laten zien dat ook in het MMKA te zien is. Dode vogeltjes bijvoorbeeld.
De opdracht was zo dicht mogelijk bij het portret (de basis) te blijven en van daaruit op te staan, even te lopen, iets te eten / drinken, je naam zeggen en weer te gaan zitten. Heel mooi wat hier uitkwam. In deze kleine handelingsfrase zag je al de basiscontouren van een personage. Een basis om vanuit deze mensen een familie te maken met een dode broer op zolder.

Na de middagpauze hebben we een huiskamer gemaakt met allerlei spulletjes en hebben de spelers samen onderzocht hoe de personages met elkaar omgaan in deze kamer. Ze hebben gegeten, gelezen, geslapen, gepraat en zijn weer wakker geworden. Af en toe zette ik de spelers stil en vroeg ze het voorgaande zo exact mogelijk te herhalen. De concentratie was erg groot. We kwamen op deze manier in een soort dagritueel terecht waarin je als kijker het gevoel kreeg dat dit al heel wat jaartjes op deze manier gaat. Dit hebben we zo'n drie kwartier onderzocht. De spelers waren hierna gesloopt. Dit komt o.a. omdat ik van ze vraag op de details in handeling te letten en niet zo zeer te zoeken naar conflicten in spel. Dit zijn veel spelers niet gewend. Ik wil dat voornamelijk de handeling het verhaal gaat vertellen. Het spel vertraagd enorm hierdoor omdat spelers op de details gaan letten. Ook ontstond er terecht de vraag over hoe vrij je mag zijn in je personage en als speler. Gerard heeft bijvoorbeeld een personage gemaakt waarbij hij voelt dat hij een uitspatting moet krijgen in woede of misschien verdriet, maar op de manier hoe we nu werken kan dat niet omdat al de handelingen zo vertraagd gaan. Vertraagd uitspatten lijkt tegenstrijdig. Aan de andere kant ontstonden er bij Elke kleine verhaal lijntjes in handeling, omdat zij steeds honger had en wegen zocht om de pan met eten te bemachtigen. Dit deed zij heel goed door zo dicht mogelijk bij de basis (de tekening) te blijven. Dit gaf haar overigens niet meteen de hoofdrol in het dagritueel. Wat het wel opleverde was humor en hiermee losheid tijdens het gestileerde en vertraagde (lees handelingsgerichte) spel.

Ook zijn we kort bezig geweest met aankondigen dat je weggaat en met rust gelaten wilt worden. Dat wilde de dode man op zolder namelijk. Hiermee hebben we alleen een begin gemaakt.

Waar ik als maker achter ben gekomen tijdens het dagritueel is dat wanneer personages handelingen hebben uitgevoerd, en daarna weer terugkomen in de pose van de basistekening van Van Herwijnen, het lijkt alsof de personages denken. Er komt dus op deze manier een weg vrij voor de kijker om in het hoofd van een personage terecht te komen. Geweldig!
Hierbij dus mijn eerste conclusie:
Als spelers zo dicht mogelijk bij de basis (de kopie) blijven en daar steeds op terugvallen, dan kun je van daaruit steeds verder bouwen. Het publiek/ de kijker krijgt dan een vrije blik en kan zelf interpreteren. Dit is wat mijn onderzoeksvraag betreft nog niet genoeg. Ik wil een perspectief creëren vanuit een personage. Dus niet zo'n vrije blik dat er alleen maar interpretatie is vanuit het publiek. Nee, in hoeverre kan ik de kijker sturen in zijn interpretatie, zodat hij het gevoel krijgt het personage te worden, zoals je bij film wel eens hebt.

Mijn voornemen is om de komende weken in dat gestileerde handelingsgerichte spel vrijheid (en dus mogelijkheden) te vinden in stille/ dode momenten om zo in het hoofd van een personage te geraken.

Woensdag 6 april kennismaking

Het was spannend om te beginnen. Zouden de deelnemers mijn werkwijze wel waarderen. Is het niet te bizar om met de dood bezig te zijn en naar dode mensen op foto's te kijken en ze dan ook nog zo exact mogelijk te kopiëren? Dat bleek niet het geval, integendeel zelfs. We hebben ontzettend gelachen. Valerie trok bijv. zo een zak over haar hoofd, met luchtgaten dat wel natuurlijk.
Dat biedt perspectieven voor het verdere proces. De spelers moesten ontwaken uit de foto's uit het boek “Plaats delict” en vervolgens weer sterven en weer ontwaken en opstaan of omhoog komen.
Het waren allemaal juweeltjes van subtiliteit. Sommige scènes waren zelfs grappig. Een jazzmuziekje eronder.
Ook hebben we een handelingsparcours uitgezet dat precies in een bepaalde volgorde gedaan moest worden. Binnen komen, de tafel zien, ernaartoe gaan, een krantje openslaan, lezen, een schaaltje oppakken etc. De vraag was: Hoe kun je dit parcours met z'n tweeën afleggen en zorgen dat de kijkers vooral naar 1 persoon kijken?
De spelersgroep bestaat vandaag uit Valerie, Mike, Mariëlle, Gerard en Lennart. Leeftijden tussen 73 en 18 jaar. Leuk hoor!