Thema

De dood en wederopstanding/ wedergeboorte

dinsdag 14 juni 2011

Woensdag 8 juni: Vrijdag de presentatie. Zin in!...

Woensdag 8 juni 11.30- 18.00u


Alles achterelkaar gezet. Ik heb gekozen voor het herhalen van het ritueel met daarin de perspectieven verwerkt. Spannend of het wel interessant zou blijven.

We zijn gewoon maar gestart. En het klopte! Uiteindelijk hebben we wel moeten bespreken waar ieder ritueel over ging, want anders blijft het niet boeiend genoeg en spelen de spelers op de automatische piloot. Nelleke is komen kijken en gaf ons fijne feedback. Ze vond het erg beklemmend. Een familie die elkaar gevangen houdt in het ritueel van de dag. In de dode momenten de gedachten die altijd hetzelfde zijn.

De doorloop was zwaar om naar te kijken. Alles is zo gedetailleerd, je wordt er moe van. Er moet ook lichtheid zijn en die zit in de spelletjes na het eten. Iedere nieuwe dag is opnieuw alles creëren. Hierdoor blijft het steeds fris om naar te kijken.

De algemene vraag tijdens het kijken voor mij is: Houden jullie elkaar nu dood of levend?

Gerard heeft nu het idee dat we helemaal niet meer de gedachtengang van Manus zien. Ik denk dat de rol van Manus het publiek vertegenwoordigt. Manus neemt steeds afstand als de andere personages dicht bij elkaar zitten. Bij het spelletje doet hij het niet zoals het hoort. Bovendien wil hij breken met het ritueel en gezellig spelletjes blijven doen. Weer gaan slapen is niet gezellig. Hij probeert het ritueel te doorbreken. Ik denk dat hij laat zien wat het publiek voelt/ zou kunnen voelen  tijdens dat steeds herhalende ritueel. Manus wordt dood geritueeld.

Vrijdag de presentatie. Zin in!


woensdag 8 juni 2011

Woensdag 1 juni: Wat is dood zijn of wat is de dood op het toneel?...

Woensdag 1 juni 11.15- 16.00u


Vandaag hebben we de perspectieven op het ritueel per personage onder de loep genomen. Vraag was: hoe ziet jouw personage de andere personages tijdens het ritueel?


Voor ieder personage hebben we geprobeerd dit zichtbaar en hoorbaar op de vloer te zetten. De familieleden leken een soort bezeten te raken. Ze hadden allemaal obsessies en angsten. Geweldig. Ze houden zich vast aan een dagelijks ritueel en van binnen blijken er stemmen te zitten over goed en kwaad (Suus). Ook behoefte aan controle tot enorme paniek verheven, de anderen doen alles fout (Maria). Johan vindt dat de anderen een enorme stempel op hem drukken. Immense hongergevoelens komen naar boven bij Berta. Wat ik heel erg interessant vond was of we tijdens deze perspectieven het ritueel nog door konden laten gaan. Dat lukte aardig. Het werd alleen maar beklemmender en naargeestiger.


Ook had ik het idee om het hele toneelbeeld te verdraaien om zo in een ander perspectief terecht te komen. De spelers zaten dan met de ruggen naar het publiek. Maar dit werkte totaal niet en ik zag uiteindelijk het nut er niet van.


Als laatste hebben we gekeken naar een mogelijk einde waarin Manus sterft tijdens een nieuw spel, maar waarbij zijn broer en zussen dit sterven opvatten als een spel. Tot hoever gaat de familie door zonder dat ze doorhebben dat hij echt dood is. Maar wéér kregen we het probleem op de vloer dat een speler niet dood is en kan zijn. Het is allemaal zo nep als de anderen er dan achterkomen dat Manus echt dood is. En 4 jaar laten passeren gaat al helemáál niet.


Na deze improvisatie raakte ik in paniek. WAT WIL IK NOU IN GODSNAAM VERTELLEN? En wat is het belang ervan etc etc. Nou, iets vertellen hoeft voor mij niet zo nodig, iets laten zien wel. Een familie zo vast in een ritueel dat de dood zijn intrede doet, zoiets?


Ik denk dat we in dit hele onderzoek niet toekomen aan de echte dood zelf. De vraag is niet zozeer: Wat is dood zijn of wat is de dood op het toneel? Maar vooral: Wanneer wordt een personage levend, van vlees en bloed en gaan we zijn/ haar gedachten beleven als publiek, zijn/ haar binnenwereld?

Woensdag 25 mei: Het werd een hilarische nachtmerrie...

Woensdag 25 mei 11.30- 15.15u


Na de openbare repetitie van afgelopen week was ik even klaar met de verhaallijn. Losse scenes daar had ik zin in. We hebben in een korte tijd enorm veel situaties uitgeprobeerd. We begonnen met een hoop actie. Vechten, elkaar verrot slaan, schoppen, krabben, bijten. Vanuit je personage. Zo'n familie met jarenlang een vast ritueel moet toch een keer breken en gebroken worden! Wat als Manus uit de dood herrijst en in de familiescène van de Texas Chainsaw Massacre terecht komt? Het werd een hilarische nachtmerrie.


Manus heeft op 5 verschillende manieren zijn dodenentree gemaakt. Maar ja, Gerard de speler is erg levend. Al deze vormen waren leuk, maar sloegen nergens op. Als je dood bent ben je dood, ookal declameert Gerard als Manus de heftigste bijbelteksten en boetedoeningen voor zijn familieleden. Dood zijn is niet spectaculair, dood gaan wel.


We hebben de dode ook gepest. Als hij terugkomt, vallen de anderen een voor een dood neer onverwacht, gewoon om hun broer te pesten. Erg grappig. Manus gelooft het in eerste instantie en is intens verdrietig, maar dan staan ze weer op en gaan weer verder. We hebben ook geprobeerd om Manus er zijn voordeel mee te laten doen. Hij heeft meer eten als de anderen dood zijn.


Interessant was de scene waarin Berta gelooft dat haar broer niet meer terug komt en Maria daar niets van wil weten. Ze zijn zo onthand zonder Manus. Zonder hem zijn het egoïsten en is de balans zoek.


De concentratie was laag door de vele verschillende opdrachten. Het lijkt erop dat we zo'n goede basis hebben gelegd in de eerste helft van het onderzoek, het ritueel, dat we in alle losse scènes consequent elementen uit het ritueel moeten gebruiken.


Freewheelen is klaar. Op naar het perspectief en het verschuiven daarvan. Ik wil ook graag verder met het planten van gedachten in elkaars hoofd. Als kijker zitten we al gauw in het hoofd van Manus, maar hoe komen we in het perspectief van Berta, Johan, Maria en Suus?


Woensdag 18 mei: Wie is er nou dood???!!!!

Woensdag 18 mei 11.00u tot 18.00u


Herstel, Gerard is al 76 jaar!!!!


We hebben alles vastgelegd vandaag met een klein beetje openheid om het levend te houden tijdens de openbare repetitie.


Het ritueel hebben we definitief vastgelegd.


  1. Dag nacht dag spelletjes slapen Manus vertrekt. Dode/ stille momenten van 10 seconden zijn ingebouwd.
  2. Nacht dag in trance zonder Manus.
  3. Manus komt terug terwijl de anderen gaan eten in trance. Manus heeft echt eten en doet alles in het dagritueel zelf. Hij manipuleert de spelletjes.
  4. Johan zit te snikken op het blok en iedereen is in trance, ook Manus dus. Iedereen dekt Johan toe.
  5. De broers en zussen handelen samen, slapen tegenelkaar aan in een omhelzing.
  6. Manus vertrekt weer als ze samen aan zijn deur gaan luisteren.
  7. De familie zonder Manus zit op z' n eigen plek.


Dit hebben we laten zien aan het zeven koppige publiek. Weinig maar wel met een hoop goede vragen, opmerkingen en inzichten. Supertof en leerzaam!


De opmerkingen en vragen van het publiek:


  • Tragisch dat Manus wordt uitgestoten
  • Het niet spreken komt erg beklemmend over. De tekst die er is is te basaal en te illustrerend.
  • Als Manus dood is, hoe kijken en reageren de anderen dan naar hem?
  • De twee werelden (van dood) en leven) zijn tegelijk te zien als de broers en zussen de tweede keer naar de deur kijken waar Manus altijd heen gaat na het eten.
  • Voer de tweede keer verstoppertje doen verder door. Laat Manus nog meer de touwtjes in handen nemen als hij dood is.
  • Waarom wil je het perspectief van een dode man laten zien?
    Wat wil je daarmee bij het publiek teweeg brengen?


Ik vind ze heel begrijpelijk. Het is fijn dat ik door de manier van spelen, iets vertraagd, nauwkeurig en tekstloos, het publiek de tijd en ruimte geef om zelf in hun hoofd gedachten te laten ontstaan over het perspectief in deze getoonde verhaallijn. Iemand dacht over de mogelijkheid dat Manus juist levend was en de broers en zussen dood. Dat vond ik echt een cadeautje, want daar dacht ik zelf ook over.


De laatste vragen vind ik wel heftig. Dat was mijn onderzoeksvraag! En ik heb daar geen antwoord op. Ik weet niet wat ik met een dode man wil zeggen. Ik vind dat gewoon mooi. De dood valt niet echt te spelen, want dan is het weer levend en wie is er dan eigenlijk levend en wie dood?


De broers en zussen eten alsof en Manus eet als hij terugkomt wortels. Wie is er nou dood???!!!!


Wat er in een dode omgaat is lastig te tonen op een toneel, want is het wezenlijk anders dan bij een levende? In tekst of in een film is dat toch veel geloofwaardiger. Hij kan echt “resurrecten” en door levenden heen lopen, dolen over de aarde en al het levende bloed en vlees tot zich nemen. De dode is voor altijd dood en kan alles. Op een toneelvloer is dat één grote quatsch van ongeloofwaardigheid.


Ik denk dat de reactie van de levenden er vooral voor zorgt dat de dode dood is, zoiets.


Volgende week maar eens gaan kijken hoe Manus zich kenbaar kan maken aan zijn familie. Misschien het doodgaan zelf eens onderzoeken. En weer verder gaan met het perspectief.


Ik merk gewoon dat dood zo dood is. De stilte en dat er niets meer is dat is het. Daarin zit het hele mysterie. Dat vangen met vijf erg levende spelers. Ja ja, lieve mensen, een grote interessante opgave.

Woensdag 11 mei:Ik was op zoek naar meer lucht...


Het ging vandaag. Ik heb het verhaal in 5 gedeeltes verdeeld. Lekker duidelijk. Ook heb ik besloten dat Manus (Gerard) de dode broer gaat worden. Zijn rol heeft zoveel overeenkomsten met Rients uit het krantenbericht. De gedeeltes zijn:

  1. Het vaste dag/ nacht ritueel met een vrijdagavondfeestje en een magisch moment aan tafel.
  2. Het vertrek van Manus. Hij vertrekt met pijn en ruzie.
  3. Zonder Manus waarbij de overige 4 familieleden het vaste ritueel uitvoeren, gaan kijken en luisteren bij zijn kamerdeur, maar niets ondernemen om hem terug te halen. Zijn aanwezigheid moet voelbaar worden. Dit gedeelte vraagt erom om in de hoofden van de personages te komen.
  4. Manus komt terug. Met veel bombarie of stilletjes weet ik nog niet. En hoe komt hij dan terug? In wat voor staat? Wat eet hij en hoe? Het betekent altijd iets. Dat wil ik niet. De spelers en ik hebben ons hoofd daar al een tijdje over gebroken.
  5. Doden momenten. Beseffen dat je dood bent.

Woensdag 11 mei: 11:00- 17:00 uur


Het was nodig om een verhaallijn uit te zetten en een beslissing te nemen over de dode man. We waren erg speltechnisch bezig de afgelopen weken. Voor mij erg fijn, maar voor de spelers teveel. Het werd daardoor zwaar in het hoofd en spelplezier is ook belangrijk. Zeker als je het voor de lol doet. Ik was op zoek naar meer lucht.


Deze week had iedereen een feestitem meegenomen. We hebben een spelletjesavond met de familie gemaakt. Verstoppertje, kaarten, radio luisteren. Hilarisch! Daarna hebben we gezocht naar een soort trance waar de familie in terecht kan komen, zodat het nog meer een eigen leefwereld wordt waarin zij leven. De echte familie uit Minnertsga had een eigen geloof waarvoor ze zelf de regels maakten. Ook werd in het krantenartikel beschreven dat ze samen in een soort trance zaten. Dat leek mij behoorlijk interessant. We maken lange improvisaties waarbij ik als maker ook improviseer en ze steeds een soort geleide fantasie opdrachten geef. Herhaalbaar maken blijkt erg lastig. De magie is dan volledig weg. Bij de geleide fantasie komen de spelers zo mooi in een soort meditatie staat van zijn en handelen. Zij kunnen dat zelf (nog) niet voor elkaar krijgen omdat ze dan steeds aan het denken zijn over wat ze in de de vorige impro deden. Het spelen in het hier en nu en het spontane daarvan verdwijnt dan voor een groot gedeelte.


Dat meditatieve is erg fijn om naar te kijken. Als kijker heb je geen verwachtingen. Alles gaat net iets trager en er wordt niet gesproken. Je kunt alles volgen. De spelers handelen en je weet niet waar het naartoe gaat. Het leverde erg mooie beelden op waaraan je zelf invulling kunt geven als kijker. De familie is ook zo lief voor elkaar. Ze dekken elkaar toe als troost. Aan de andere kant zou dat kunnen betekenen dat emoties niet worden getolereerd. Fascinerend om als maker niet te weten waar het de komende weken naartoe gaat, maar daar wel een goed gevoel bij te hebben. Ik geef de spelers hele duidelijke beginopdrachten en daarna kom ik vanzelf op nieuwe opdrachten.


Het laatste gedeelte van de dag hebben we gekeken naar hoe de personages erachter komen dat ze dood zijn. Elke kan heel goed doen voorkomen dat ze de pan met eten niet opgetild krijgt omdat ze van lucht is als dode.




Komende woensdag om 16.30u beginnen met de openbare repetitie. Ik hoop dat jullie komen kijken en meepraten!

woensdag 11 mei 2011

Woensdag 27 april:Leden zijn gevlucht, maar ook weer teruggekeerd...

10.30- 16.00u
Lekker gewerkt vandaag. De spelers kregen opdrachtjes zoals het 
planten van negatieve of positieve gedachten in het hoofd van een van 
de personages. De familie deed gewoon het dagritueel, maar de 
gedachten werden door een ander hardop gezegd. Dit werkte heel 
beklemmend zodra de code duidelijk was voor het publiek dat het de 
gedachten hoorden bij het personage dat we zagen handelen.
We hebben ook muziek geluisterd om te kijken of er beelden opkwamen 
die bij het concept passen. Daar is iig uit gekomen dat we de familie 
een gezellige feestavond willen geven. Dus komende week neemt ieder 
voor zijn personage een vrolijk attribuut mee.
Na een gesprek met Patrick Feijen heb ik besloten om het 
speltechnische vraag over hoe je als kijker in het hoofd van een 
personage komt even apart te zetten. Ik ga me meer concentreren op het 
verhaal en de entree van de dode Jan. Is Jan een voelbare aanwezigheid 
of is hij echt aanwezig?
Zonder verhaal lijkt in het hoofd komen van een personage erg nutteloos.
De spelers denken zelf na over wat er gebeurt als hun personage 
erachter komt dat zij/ hij dood is.
Van Patrick heb ik het uitgebreide krantenartikel over de familie in 
Minnertsga gekregen. Een bijzonder aparte familie en een inspirerend 
artikel. Een hechte familie met een heel eigen manier van leven en 
geloven. Leden zijn gevlucht, maar ook weer teruggekeerd.

donderdag 28 april 2011

Woensdag 20 april: Denk denk denk....

Vandaag vond ik het moeilijk om de “geniale” ideeën van gisteren tijdens het brainstormen om te zetten naar de theatervloer. In theorie kan alles. Een brein kan zich alles voorstellen, ook dat iets lukt en hetzelfde effect in de werkelijkheid heeft of dezelfde kick achterlaat als toen je het geniale idee bedacht. Gisteravond zocht ik op You Tube naar de scene in het theater uit “Mulholland drive” van David Lynch. Dat fragment gaat over illusie en daarin meegesleept worden. Ook zocht ik naar het moment dat je als kijker doorhebt dat je in het hoofd/ de realiteit van de de hoofdpersoon zit. Ik verzande in het werk van de actrice Naomi Watts en zag een interview achter de schermen van deze film. David Lynch zorgt ervoor dat je als kijker zelf nog mag  interpreteren of zoeken naar jouw oorzaak en gevolg in het verhaal. Als je thuiskomt heb je een essentie van een gevoel meegekregen, je bent bewogen, hebt ervaren, je brein lijkt soms te ontploffen en tegelijkertijd is de film wat het is. Ze vertelde dat hij veel creëert in het hier en nu. Daarom heerst er altijd een relaxte sfeer op de set. Iedereen kent elkaar en heeft contact met elkaar, want niemand weet waar de maker, Lynch dus, je naartoe brengt. In zijn spel/ regieaanwijzingen is hij heel helder, duidelijk en beeldend.  Hij creëert meerdere realiteiten.
Mike zei vandaag dat acteren focussen is en concentratie. Ja dat is heel erg zo, maar het exact hetzelfde herhalen kan gewoon niet. De magie van vorige week was er niet. Dat was de magie van de eerste werkdag.
  
In hoeverre moet ik de spelers meenemen in mijn eigen brein, mijn eigen perspectief? Ik ben zo gaan geloven en gaan vertrouwen in wat spelers me geven nadat ik ze een opdracht heb gegeven. Dat ik daar altijd mee door kan...
In ieder geval moet ik ze net als meneer Lynch meer invulling geven. Dat is altijd mijn probleem bij personages. De handeling zegt alles. Maar moet ik die dan gaan uitschrijven zoals vroeger bij mijn eindexamenvoorstellingen? Ben ik dan nog wel aan het onderzoeken of ben ik dan een voorstelling aan het maken? Ik ga dat toch maar weer eens proberen. Toen onderzocht ik toch ook hoe je een horrorsprookje op de theatervloer kon zetten of hoe suspense in het dagelijks leven zijn intrede kon doen? Alleen ga ik nu alles bekijken vanuit perspectieven en vanuit het publiek gezien. Denk denk denk. Het maakt niet dat ik tijdens de repetitie in het nu werk en mijn intuïtie volg.